De Corvette Grand Sport van 1963 is misschien wel het beroemdste raceprogramma dat GM ooit officieel ontkende. Zora Arkus-Duntov — de Belgisch-geboren ingenieur die de Corvette tot een serieuze sportwagen maakte — ontwierp een klein leger van vijf lichtgewicht coupés om de dominantie van Carroll Shelby's Cobra te breken. Vijf stuks. Dat is alles wat er ooit gebouwd werd voordat het bedrijf er eigenhandig een einde aan maakte.
Wat er in die korte periode tot stand kwam, bepaalt vandaag de dag mede wat de Corvette-naam waard is.
De aanleiding: de Shelby Cobra
Begin 1963 deed de AC Cobra met Ford V8 iets wat niemand verwacht had: hij versloeg de Corvette op de American road racing circuits. Carroll Shelby had een licht, oud Brits rijderskarretje gecombineerd met een 260ci Ford V8, en het resultaat was een machine die de zwaardere productie-Corvette keer op keer achter zich liet.
Duntov en zijn team konden dat niet over hun kant laten gaan. De gewone C2 — de Corvette C2 Sting Ray die in datzelfde jaar debuteerde — woog al een stuk minder dan zijn voorganger, maar voor serieuze racesuccessen was meer nodig. Duntov rekende voor dat een echte raceversie minimaal 1.000 kg moest wegen, met een motor die 550 pk (hp) of meer leverde.
Het plan: een homologatiemodel bouwen voor de FIA GT-klasse. Daarvoor waren in principe 100 exemplaren nodig, maar GM's management akkoordeerde een eerste batch van vijf studieshassichassis, met de bedoeling daarna door te gaan.
Constructie: aluminium en plastic overal
De Grand Sport was van binnen en buiten radicaal anders dan een standaard Sting Ray. De carrosserie was weliswaar glasvezel — net als bij elke andere Corvette — maar dunner en lichter geperst dan normaal. Nog ingrijpender: het frame was opgebouwd uit dunwandige stalen buizen, en vrijwel alle onderdelen die normaal van staal zijn, werden vervangen door aluminium. Deurpanelen, kopkap, kofferklep, remtrommelonderdelen — aluminium.
Het eindgewicht bedroeg circa 1.020 kg, een besparing van meer dan 300 kg ten opzichte van een productie-C2. Dat verschil voel je op elk soort circuit.
De motor die Duntov wilde inzetten was een 377ci (6,2 liter) aluminium V8, speciaal ontwikkeld met twee viervoudige carburateurs en een hemisfeerische verbrandingskamer — naar verluidt geïnspireerd op het Chrysler Hemi-principe maar Duntovs eigen ontwerp. Officiële vermogenscijfers zijn nooit gepubliceerd, maar schattingen liggen rond de 550 pk (hp) bij atmosferische inlaat. Sommige bronnen noemen later zelfs een versie met mechanische injectie richting 600 pk (hp).
De remmen waren grote aluminium trommelremmen op alle vier wielen — later zouden schijfremmen worden overwogen, maar zo ver is het nooit gekomen.
Het verbod van 1963
In januari 1963 had de Automobile Manufacturers Association (AMA) al een gentleman's agreement in werking waarbij grote autofabrikanten beloofden zich niet officieel met motorsport te bemoeien. GM hield zich daar lang niet altijd aan — net als Ford — maar het gaf het topmanagement een stok om mee te slaan wanneer dat politiek handig uitkwam.
Toen de Grand Sport-plannen uitlekten naar de boardroom in Detroit, greep het hoger management in. In de vroege zomer van 1963 werd het programma stilgelegd. De vijf afgebouwde chassis mochten niet worden ingezet door het fabrieksteam, en de verdere productie van de geplande 95 extra exemplaren ging niet door.
Duntov was woedend maar machteloos. De vijf Grand Sports bleven staan in een magazijn in St. Louis.
Verkoop aan privateers: Nassau en Sebring
GM mocht de auto's niet zelf inzetten, maar verkopen aan particuliere racers — dat was een andere zaak. Tegen het einde van 1963 werden de vijf chassis verkocht aan private coureurs, met de uitdrukkelijke voorwaarde dat GM er geen deel aan had.
In de praktijk liepen de lijnen toch kruis. Duntov en zijn medewerkers leverden technische ondersteuning 'informeel'. De eerste grote race voor de Grand Sports was de Nassau Speed Week in december 1963 op de Bahama's, waar Roger Penske en A.J. Foyt twee van de vijf chassis bestuurden. De auto's waren competitief, maar betrouwbaarheidsproblemen parten.
In 1964 en 1965 werden de vijf chassis verder ontwikkeld — deels door de eigenaren zelf, deels met stille Chevrolet-ondersteuning. Er kwamen grotere 427ci en 396ci motoren in twee van de roadster-conversies (drie coupés werden omgebouwd tot open roadster). De details van hun racecarrière vullen een apart hoofdstuk.
Geen van de vijf wist ooit een grote internationale overwinning te boeken, maar hun reputatie als de onafgemaakte droom van Duntov maakte hen al snel tot legendarische objecten.
Vijf chassis, vijf verhalen
De vijf Grand Sports kregen chassisnummers GS001 tot en met GS005. Drie bleven coupé, twee werden later omgebouwd tot roadster. De exacte configuraties verschilden per eigenaar en raceseizoen: andere motoren, andere carburateurs, andere gewichtsbesparingen.
Na hun actieve racecarrière verspreidden de Grand Sports zich over de Verenigde Staten en verdwenen deels uit het zicht. In de jaren zeventig en tachtig werden ze herontdekt door verzamelaars die hun historische belang begrepen. Tegenwoordig zijn alle vijf traceerbaar en in particuliere collecties.
Op veilingen halen ze prijzen die de verbeelding te boven gaan. GS001 wisselde in 2014 van eigenaar voor een bedrag dat naar verluidt boven de 5 miljoen dollar lag. Latere transacties zijn hoger ingeschat, maar exacte bedragen blijven privé. De Grand Sport geldt als de meest waardevolle Corvette ooit gebouwd — niet vanwege glamour, maar vanwege wat hij vertegenwoordigt: de puurste raceintentie die Duntov ooit in een Corvette-chassis wist te stoppen.
Nalatenschap: de naam leeft door
GM heeft de naam Grand Sport nadien meerdere malen gebruikt — voor de C4 Grand Sport van 1996, en later voor Grand Sport-varianten van de C6 en C7. Geen van die auto's heeft de directe mechanische connectie met de originelen van 1963, maar de naam verwijst bewust naar de gedachte achter dat eerste programma: een lichtgewicht, compromisloze Corvette voor mensen die serieus rijden.
De vijf originelen staan in een categorie apart. Ze zijn niet alleen waardevol vanwege hun zeldzaamheid — met vijf stuks zijn ze zeldzamer dan elke Ferrari-raceauto uit hun tijd — maar ook vanwege hun symbolische betekenis. Ze vertegenwoordigen het moment waarop GM zijn eigen ambities te groot vond worden, en de consequentie van die beslissing: Shelby bleef dat seizoen ongeslagen op de Amerikaanse circuits.
Zora Arkus-Duntov zou er later nooit over ophouden. Hij beschouwde de Grand Sport als zijn grootste onafgemaakte werk.